Hij over wij en zij

Vrijdagavond, ik rij huiswaarts en luister naar het nieuws van middernacht op Radio 1. Onze Vlaams minister van integratie maakt zich zorgen om de resultaten van een nieuwe enquête van Gazet van Antwerpen: moslimjongeren voelen zich nog steeds niet aanvaard. Ze ervaren op school en op de werkvloer nog evenveel discriminatie als 8 jaar geleden. Geen verrassing, dat niet. En reden genoeg om kwaad te worden. Hoe kan dat toch dat we er nog altijd niet in slagen om jonge mensen, die hier vaak zijn geboren, een evenwaardige plaats in onze maatschappij te laten innemen? Geraken we dan nooit van dat verdomde wij-zij-verhaal af?

Mijn woorden zijn nog niet koud (ja, ik praat soms luidop tegen de autoradio), of daar komt Geert Bourgeois mijn geest verlichten: het gaat wél om een wij-zij-verhaal! Ik rij bijna de berm in wanneer ik het hem met burgerlijke sérieux hoor zeggen. “Wij kunnen en moeten als ontvangende samenleving meer inspanningen doen. Zij moeten wel ook inspanningen leveren om te participeren aan die samenleving.”

Zit daar nu niet net de kern van het probleem, meneer Bourgeois? Dat u deze moslimjongeren niet eens zo impliciet de boodschap geeft dat dit niet hun samenleving is? Wat moeten deze jongeren doen om op uw kabinet een toegangsticket tot de gedroomde Vlaamsche samenleving te mogen afhalen? Hun hoofddoek afnemen? De islam afzweren? Zich publiek verontschuldigen voor het leed dat hun tilt geslagen geloofsgenoten in Boston hebben aangericht? Moeten ze een dansje doen? De vogeltjesdans misschien?

IMG_0628U schijnt immers te weten dat hun inspanningen voorlopig niet volstaan. “Mochten we een omgekeerde enquête doen,” orakelt u voorzichtig, “zouden de mensen zeggen dat deze jongeren er niet bijhoren omdat ze er niet willen bijhoren.”

Met zijn subtiele veronderstelling bevestigt onze Vlaamse minister van integratie vooral de pijnlijke vrees van 60% van de Antwerpse moslimjongeren: dat de Vlaamse samenleving hen nooit als geïntegreerd zal beschouwen. Als in het dagelijks discours van de minister van integratie de exclusie dermate ingebakken blijft, dan brengt GVA ons binnen 8 jaar weer dezelfde bedroevende resultaten.

Astrid vraagt het aan… Dominique

“Mijn lievelingsplek  is de tram. Ik geniet ervan om van op een afstand mensen te observeren, flarden van telefoongesprekken op te vangen. Ik geniet van de diversiteit, de veelkleurigheid, de veelstemmigheid. Ik zou het iedereen aanraden.”

Op 14 oktober 2012 doe ik mee aan de Gentse gemeenteraadsverkiezingen. Van plaats 16 op de sp.a-Groenlijst ijver ik voor een sociaal en ecologisch Gent. Eigenlijk wil ik alle Gentenaars ontmoeten, maar dat is helaas niet mogelijk. Daarom zoek ik 100 Gentenaars op. Zij mogen me vertellen wat ik voor hen kan doen!

Dominique Willaert (44) geniet in Gent een stevige bekendheid als artistiek en inhoudelijk coördinator van Victoria Deluxe. Enkele weken geleden nam hij me mee naar volkscafé De Wan voor een paar koffies en een lang gesprek over politiek links en de onderkant van de Gentse samenleving. Om af te sluiten legde ik hem mijn drie vragen voor Gentenaars voor.

Gent in drie woorden?  “Gastvrij, rebels en durf.

Ja, Gent is rebels en heeft durf, maar het is niet makkelijk om dat uit te leggen. Het gaat om een soort Gentse esprit, een eigen, typisch stedelijke mentaliteit. Neem nu de sfeer in Gent in de publieke ruimte, bijvoorbeeld gewoon aan de bushalte: je kan altijd mensen aanspreken, ze zullen niet in elkaar duiken. Gentenaars zijn ook behulpzaam. Dat is natuurlijk geen exacte wetenschap, maar voor mij is dat het typisch Gentse karakter.

Een en ander heeft volgens mij te maken met de grote mix aan mensen. We hebben hier de autochtone Gentenaars, maar ook heel wat inwijkelingen: de West-Vlamingen die blijven hangen, de buitenlandse migranten… Gentenaars geven blijk van een grote veerkracht – ze zijn getraind in het omgaan met die mix. Ik vind dat toch een verschil met Antwerpen of Brussel. Waaraan we dat te danken hebben? Wellicht voor een deel aan de schaalgrootte: Gent is niet te groot en niet te klein. Maar ongetwijfeld ook aan onze socialistische en industriële voorgeschiedenis. Gent is de stad van Vooruit, kunstenaars, studenten, Louis Paul Boon. Weet je trouwens dat ze ooit nog van plan geweest zijn de Vooruit met de grond gelijk te maken? Ze gingen er appartementen zetten. Stel je voor.”

Ik kom in oktober voor de eerste maal op. Waarop zou ik volgens jou de aandacht moeten vestigen?

“Wel, ik ben toch wat bezorgd. Socialisten laten zich soms opjagen door de rechterzijde van het politieke landschap. In Gent moet men nog meer beseffen dat er heel wat linkse, creatieve mensen bereid zijn om progressief beleid te ondersteunen. Je moet het middenveld goed gebruiken.

Als linkse, socialistische politica denk ik dat je creatieve oplossingen moet durven aanreiken voor heel moeilijke, maatschappelijke vraagstukken zoals migratie en kwalitatief wonen. Dat laatste is misschien wel de grootste uitdaging van vandaag. Politiek en middenveld kunnen daar de handen in elkaar slaan.

Een ander punt dat mij zorgen baart, is de hoge werkloosheid bij niet-Belgen. Via mijn werk bij Victoria Deluxe kom ik daar dagelijks mee in aanraking. Die hoge werkloosheid zie je niet alleen bij de laaggeschoolde maar ook bij de hooggeschoolde niet-Belgen. Dit is deels te wijten aan discriminatie op de arbeidsmarkt, maar naar mijn ervaring gaat het niet altijd om slechte bedoelingen, maar soms gewoon ook om koudwatervrees.

Als mensen zich bedreigd voelen op vlak van werk of gezondheid, dan gaan ze hun medemensen eerder als concurrenten in plaats van als medestanders beschouwen. Kortom, we moeten er prioritair voor zorgen dat de bestaansvoorwaarden van mensen ingevuld zijn.”

Ik vind het erg belangrijk dat we in Gent onze openbare ruimte (pleinen, parken, straten,…) goed soigneren. Heb jij een lievelingsplekje in de stad?

“Dat is eigenlijk sterk veranderd in de loop van mijn leven. Vroeger koos ik resoluut voor een goed koffiehuis zoals de Mokkabon. Gewoon anoniem, met de krant en een koffie. Je kan er genieten van de va et vient, maar je kan even goed nieuwe mensen ontmoeten.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik de drukke binnenstad ontvlucht. Nu is mijn lievelingsplek de tram. Ik geniet ervan om van op een afstand mensen te observeren, flarden van telefoongesprekken op te vangen. Ik kan genieten van de diversiteit die je er ziet. Er is veelkleurigheid, veelstemmigheid. Ik zou het iedereen aanraden.”

Astrid vraagt het aan… Gilbert

Alles ligt open, ok, maar zonder werken komen we er niet. Ge kunt geen omeletjes maken zonder eieren te breken.”

Op 14 oktober 2012 doe ik mee aan de Gentse gemeenteraadsverkiezingen. Van op plaats 16 van de SP.A-Groenlijst ijver ik voor een sociaal en ecologisch Gent. Eigenlijk wil ik alle Gentenaars ontmoeten, maar dat is helaas niet mogelijk. Daarom zoek ik 100 Gentenaars op. Zij mogen me vertellen wat ik voor hen kan doen!

Gilbert omschrijft zichzelf al grappend als een jeune premier, maar het is werkelijk een aangename verrassing te zien hoe kwiek deze 87-jarige ex-onderwijzer voor de dag komt. Hij is al 63 jaar getrouwd en woont met zijn vrouw in een flatgebouw op de Jubileumlaan. “Ik heb mijn echtgenote uw foto niet getoond hoor, anders zou ze jaloers geweest zijn”, zegt hij met een knipoog. “Mijn vader Jozef kwam van de Muide en mijn moeder Maria uit de Brugse Poort. Ikzelf heb vroeger altijd aan het Rabot gewoond. Gelukkig hebben ze mij niet Jezus genoemd, dat zou niet bij mij gepast hebben!”

Hoe giet je Gent in drie woorden? “Gezellig, veilig, en mijn laatste is een beetje negatief, maar dat mag wel zeker? Niet proper genoeg.”

“Niettegenstaande de geruchten vind ik Gent wel een veilige stad. Ik woon zelf al jaren aan de Watersportbaan en daar heb ik het aantal ‘Belgische vreemdelingen’ zien toenemen. Ik heb in mijn leven veel gereisd en hou ervan om andere culturen te leren kennen. Als die mensen onze wetten respecteren, heb ik er helemaal geen problemen mee dat ze hier komen wonen. Op terugweg van de Korenmarkt nemen mijn vrouw en ik altijd tram 4. Als er dan eens weinig plaatsen zijn, dan staan er altijd jonge vreemdelingen op voor mijn vrouw en mij. Dat zijn beleefde jongeren hé. Ik zeg hen dan wel dat dat niet hoeft voor een jonge man als ik! (schaterlach) En qua netheid ten slotte weet ik dat Ivago al het mogelijke doet, maar ik vind toch vaak blikjes in mijn struiken en dat is wel jammer.”

Ik kom voor het eerst op bij de gemeenteraadsverkiezingen. Zijn er dingen die u graag verbeterd zou zien in de stad?

“Ja en neen. Ze zeggen dikwijls: alles ligt open. Maar zonder werken komen we er niet. Ze zijn de Rozemarijnbrug  nu aan het verbouwen. Ik zie dat als een noodzakelijk kwaad. De ongemakken moet je er gewoon bij nemen, het is namelijk om Gent te verbeteren. Trouwens, ik zie graag werken, niet het werkwoord hé, het naamwoord. Als ik aan de brug de vooruitgang sta gade te slaan, geef ik die arbeiders vaak een complimentje, het is misschien beroepsmisvorming, maar die mensen vinden dat leuk om horen en verdienen dat ook.”

Om af te sluiten wou ik nog even polsen naar uw lievelingsplekje in Gent.

“Dat is snel beantwoord: de Watersportbaan en de Blaarmeersen, vlakbij waar ik woon. Van op de vijfde verdieping zie ik rechtstreeks wat er gebeurt in de ‘kom’ van de Watersportbaan, gratis spektakel!”

Welgekomen, hangjongere

Gisterenavond openden de grindbakken, een nieuwe ontmoetingsplek langs Dok Noord. De betonnen grindbakken, die jarenlang gebruikt zijn om zand en grind van schepen op vrachtwagens over te laden, werden ingericht als een publieke ruimte voor de buurt.

Enkele jonge kunstenaars hebben de bakken gestript, voorzien van deuropeningen en trappen, wit geschilderd en uitgerust met water en elektriciteit, zodat ze nu dienst kunnen doen als een soort buitenkamers. Buurtbewoners en jongeren krijgen hiermee een plek om te barbecueën, films te tonen, te basketten, te picknicken en gewoon rond te hangen. Het fabrieksgebouw naast de grindbakken komt de komende vijf jaar in gebruik van Smoke & Dust, een collectief van drie jonge grafisch vormgevers en muzikanten. In afwachting van de definitieve bestemming maakt Smoke & Dust van het gebouw een ontmoetingsplek voor jonge muzikanten, grafisch ontwerpers, fotografen en andere creatievelingen.

Toen ik gisteren door de grindbakken wandelde (die plek is trouwens echt groot!) was ik werkelijk gefascineerd. Ik dacht: ‘Yes, in zo’n stad wil ik wonen.’ Een stad die een fabrieksgebouw, in plaats van het 5 jaar te laten leegstaan, liever  ter beschikking stelt van jong creatief volk. Die tijd en ruimte geeft voor experimenten. Die erin slaagt om ook ons industrieel erfgoed (letterlijk) in de verf te zetten.

Al tijdens de openingsspeech van schepen Balthazar verschenen de eerste nieuwsgierige jonge buurtbewoners in de grindbakken. De ene op de fiets, de andere met helm om na te gaan hoe goed de grindbakken zich lenen voor parcours. Een letterlijke hangjongere.

Allen daarheen!

Gent is van iedereen

Beschamend. Veel andere woorden heb ik er niet voor. In Peeters & Partners van vandaag interviewde Wouter Verschelden Yasmine Kherbache over de rellen in Borgerhout. Verschelden had de anti-moslimfilm niet gezien, “maar dat had de meerderheid van die jongeren toch ook niet”. Het zou ook hem niet tegenhouden om verbaal wild om zich heen te schoppen. Het begon al bij de aankondiging van Kherbache, “half Algerijns als ik het goed voorheb”. Excuseer? Wat wou Verschelden hiermee suggereren? Ik interview hier even een “half Algerijnse” want geweld zit in hun cultuur ingebakken en zij zal ons dus helder de gebeurtenissen kunnen verklaren? Goed om weten. Bij de volgende miskleun van Bracke bel ik Verschelden om wat duiding. Ah ja, ze zijn toch alle twee van Gent?

De kernvraag van het interview was of iedereen nu wel van Antwerpen kon blijven, dan wel of Antwerpen alleen was voor diegenen “die hun best doen”. Wat een vreemd discours is dat toch. Kan je als bestuur van een stad zeggen: “Jou wil ik nog, en jou niet meer?” En wat doe je dan met diegene die je niet meer wilt? In een omheind park steken, naar een andere stad sturen, meegeven met Sinterklaas naar Spanje? Ik snap dat niet. Tegenwoordig vindt zowat iedereen dat strenge straffen een gezonde en onmisbare noodzaak zijn tegen figuren en culturen die weigeren “hun verantwoordelijkheid op te nemen”. Stel je hier vragen bij dan ben je een halfzachte dromer of medeplichtige ideoloog, die de harde realiteit van het hedendaagse stadsleven niet onder ogen wil zien.  Ik weiger tussen deze valse tweespalt te kiezen. Ja, we hebben in onze steden een fundamenteel probleem van samenleven en samenwonen. Maar neen, het antwoord op deze toenemende sociale ontwrichting ligt niet in een pletwals van repressieve maatregelen. Pas als we problemen als armoede en sociale uitsluiting als samenlevingsproblemen blijven definiëren en niet tot een individueel probleem herleiden, krijgen we een Gent dat van iedereen is.

Het is hier dat de ware inzet van de komende gemeenteraadsverkiezingen ligt. En het is daarom dat ik kandidaat gemeenteraadslid ben.

Kinderopvang niet voor werkende ouders? #doekeernormaal

Wat ik ervan vind dat vooral werkende ouders de dupe zijn van het kinderopvangbeleid van de stad? Een jonge vader sprak me op mijn Sweet Sixteen-namiddag van enkele weken geleden met deze vraag aan. Hij had in het verkiezingsprogramma van NV-A Gent gelezen dat het vooral werklozen en allochtonen zijn die van het aanbod in de kinderopvang gebruik mogen maken. “Als er al zo weinig plaats is, is dat toch niet normaal.”

Ik beloofde de man wat opzoekingswerk te doen, want – eerlijk – de uitspraak verraste me.

Lees verder

Tussen 7 en 12 april 1971, nu dus 41 jaar geleden, kwamen internationale vertegenwoordigers van de Roma voor het eerst samen op een groot congres. Daarom werd 8 april uitgeroepen tot ‘internationale dag van de Roma’. Helaas is het tot op vandaag broodnodig te vechten voor hun mensenrechten. TROEF wilde er meer over weten. U leest het hier!

Diversiteit: zwart op wit

Schepen van personeelsbeleid Resul Tapmaz (sp.a) heeft zijn plannen voorgesteld om in te zetten op diversiteit in het personeelsbeleid van de stad. Een tijd geleden bleek al dat het met de diversiteit naar geslacht best snor zit aan de Gentse stadsdiensten: vrouwen zijn sterk vertegenwoordigd in topfuncties. De diversiteit naar afkomst vraagt daarentegen nog veel meer inspanningen. Slechts 5,4 % van de personeelsleden is van een etnisch-culturele minderheid, terwijl toch meer dan 17% van de totale Gentse bevolking dat is. Het goede aan de boodschap van het stadsbestuur is dat het de verantwoordelijkheid om die 5,4% op te krikken niet enkel bij een ander legt. Het gaat op zoek naar maatregelen die het zelf kan nemen: nultolerantie voor discriminatie en racisme, diversiteit integreren in het personeelsbeleid, jongeren gericht informeren over tewerkstelling bij de stad, aanpassen van de selectieprocedures.

Ik zou daar nog aan toevoegen: blijvend inzetten op een positieve houding van de inwoners ten aanzien van diversiteit. Ik lees in de Stadsmonitor dat nog niet de helft van de inwoners van Gent positief staat tegenover diversiteit (47%). Aan de respondenten werden stellingen voorgelegd zoals ‘ik zou het niet zo prettig vinden als er een gezin uit een andere cultuur in het huis naast mij komt wonen’. Ook die 47% lijkt mij een cijfer dat aan opkrikken toe is. Om dat symbolisch kracht bij te zetten kan iedereen die dat wil zich komende woensdag 21 maart, op de dag tegen racisme, laten fotograferen in het kader van de ‘Word wakker’-actie. Ik zal er zijn!

Cijfers: Gent in cijfers (2010) en de Stadsmonitor (2011)