Graag meer sereniteit, minder karikaturen

De hoofddoekendiscussie is op één dag tijd nog eens opgevoerd en meteen weer afgevoerd. Wat rest, zijn vooral frustraties. Bij diegenen die vinden dat ‘links’ nu eindelijk maar eens moet ophouden met die onzin, maar even goed bij hen die ervan overtuigd waren dat er eindelijk een doorbraak was in een al lang aanslepende discussie. Ook mij frustreert deze discussie. Niet alleen in de manier waarop ze tot nu toe politiek werd aangepakt, maar vooral omdat de juridische instrumenten waarmee we deze discussie kunnen aanpakken al jaren onder het stof liggen.

Lees verder

Meer controle op correct afficheren huurprijs

Gent gaat strenger toezien op correct afficheren huurprijs

Vorige maand vestigden enkele Gentse welzijnsorganisaties (vzw SIVI, Jong Gent in Actie, Samenlevingsopbouw Gent, CAW Oost-Vlaanderen en  De Sloep vzw) de aandacht op het niet-afficheren van de huurprijs bij panden die in Gent te huur worden aangeboden.

Schermafbeelding 2018-01-22 om 23.30.19

Hoewel dit wettelijk verplicht is, bleek uit hun rondgang in vier Gentse wijken (het centrum, Sint-Amandsberg, Brugse Poort en Ledeberg) dat bij één op de drie van de 115 panden die te huur stonden, de huurprijs niet werd geafficheerd. Volgens de welzijnsorganisaties opent dit de deur tot discriminatie, waarbij “verhuurders de prijs opdrijven als de kandidaat-huurder hen niet aanstaat”, aldus een woordvoerder van de organisaties. Vooral voor kwetsbare huurders met een laag inkomen kan dit problematisch zijn.

Uit cijfers die ik enkele jaren geleden opvroeg, bleek dat in 2014 98 inbreuken werden beboet (12 daarvan werden vastgesteld in 2013; 86 in 2014).

In de commissie algemene zaken vroeg ik aan de burgemeester een update van die cijfers. Ik vroeg ook een overzicht van de sensibiliserende maatregelen die de stad heeft genomen of nog zal nemen.

In het kort:

  • In 2014 = 165 vaststellingen waarvan 87 dossiers beboet.
  • In 2015 = 130 vaststellingen waarvan 85 dossiers beboet.
  • In 2016 = 103 vaststellingen waarvan 79 dossiers beboet.

Lees verder

Ervaringsdeskundigen armoede geven vorming op Gentse scholen

Leerkrachten en begeleiders in de buitenschoolse kinderopvang gaan dagelijks aan de slag met grote groepen kinderen met elk een verschillende achtergrond of thuissituatie. Dat is een mooie, maar geen eenvoudige opdracht. In Gent groeit één op vijf van de kinderen op in armoede. Zij ervaren het school lopen helaas niet altijd positief. Kinderen in armoede zijn vaker dan andere kinderen het slachtoffer van pesten, ze worden vaker doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs en voelen zich niet altijd begrepen door medeleerlingen en het personeel van de school.

stocksnap_40l6ixc2u1

In Gent is armoede al lang een belangrijk thema in verschillende beleidsdomeinen, en niet in het minst binnen Onderwijs. Ook in de huidige beleidsnota Onderwijs is de aandacht voor armoede zeer groot. Er zijn tal van maatregelen over hoe het onderwijs omgaat met en strijdt tegen dit maatschappelijk probleem.

In de commissie Onderwijs vroeg ik na wat de rol van de dialoog met mensen in armoede zelf is. Door dialoog met mensen die zelf in armoede leven of geleefd hebben, kan er immers meer begrip ontstaan van hoe bepaalde aspecten van onderwijs (bijvoorbeeld huiswerk, uitstappen, sanctiebeleid) beleefd worden. Ook op beleidsniveau kan het samenwerken met ervaringsdeskundigen of vertegenwoordigers van armoedeverenigingen verrijkend werken.

(Letterlijk) Mondelinge vraag: “Inzet van ervaringsdeskundigen armoede in het onderwijs.”

In de beleidsnota Onderwijs die intussen 2 jaar van kracht is, is de aandacht voor armoede zeer groot. Er zijn tal van maatregelen die gericht zijn op hoe het onderwijs omgaat met en strijdt tegen dit maatschappelijk probleem. De beleidsintenties leggen niet zelden de nadruk op de nood aan samenwerking met andere partners. Zo vermeldt de beleidsnota dat het IVA een project met ervaringsdeskundigen zal opstarten die het bewustzijn rond armoede en de gevolgen ervan bij de personeelsleden aanscherpt (actie 10). Dat lijkt me een erg zinvol initiatief. Leerkrachten, begeleiders in de STIBO enz. gaan dagelijks aan de slag met grote groepen kinderen met elk een verschillende achtergrond of thuissituatie. Dat is allerminst een eenvoudige opdracht. Door dialoog met mensen die zelf in armoede leven of geleefd hebben, kan er meer begrip ontstaan van hoe bepaalde aspecten van onderwijs (bijvoorbeeld huiswerk, uitstappen, sanctiebeleid) beleefd worden.

Ook op beleidsniveau kan het samenwerken met ervaringsdeskundigen of vertegenwoordigers van armoedeverenigingen verrijkend werken.

  • Wat is de stand van zaken van het project met ervaringsdeskundigen?
  • Worden enkel opgeleide ervaringsdeskundigen (en dus volwassenen) betrokken? Is er ook betrokkenheid van de jongerenwerkingen van armoedeverenigingen?
  • Worden alle personeelsleden betrokken in het project, dwz niet enkel leerkrachten, maar ook directie, beleidsverantwoordelijken, ondersteunend personeel?
  • Heeft het IVA Stedelijk Onderwijs Gent ervaringsdeskundigen in dienst? Zo niet, kan dit in de toekomst overwogen worden?
  • Zijn bij de werkgroep ‘Armoedebeleid op school’ ervaringsdeskundigen of vertegenwoordigers van armoedeverenigingen betrokken? Zo niet, kan dit in de toekomst overwogen worden?
  • Wordt er op het beleidsniveau structureel samengewerkt met ervaringsdeskundigen of vertegenwoordigers van armoedeverenigingen?

Lees verder

Opinie: De praktijktest is een flitspaal bij discriminatie

Ook gepubliceerd in De Standaard van 22 september 2016.

Het is oud nieuws, maar het blijft de gemoederen verhitten: de stad Gent pakt huurdiscriminatie aan met praktijktests. Nog vertrouwder nieuws: minister Homans (N-VA), bevoegd voor gelijke kansen, gelooft er niet in. De minister zegt dat praktijktests strijdig zijn met de vrije selectie van verhuurders. Ofwel heeft ze niet begrepen wat de praktijktests precies beogen, ofwel misleidt ze doelbewust. Een verhuurder zoekt een huurder die Lees verder

“De boer op voor meer diversiteit in de Gentse Jeugdraad” Interview met Maïté Coppens.

Het is een bevreemdende dag waarop ik heb afgesproken met Maïté Coppens, voorzitter van de Gentse Jeugdraad. Dinsdag 22 maart 2016: de dag van de aanslagen in Brussel. We kunnen niet anders dan het eerst daarover te hebben. Nee, ik hoefde vandaag niet naar Brussel voor het werk. Ja, vrienden en collega’s die er werken zijn ok. We hebben al de hele dag het nieuws gevolgd, maar proberen nu toch even de knop om te draaien. We hebben het over twee gedeelde passies: de jeugd en onze stad, Gent.

Maité

Als ik Maïté vraag hoe zij onze stad in drie woorden zou omschrijven, zegt ze zonder veel aarzelen: jong, divers en levendig. “Ik vind dat de aanwezigheid van zoveel jonge mensen in Gent, in de scholen en het hoger onderwijs, echt afstraalt op onze stad.” 

Lees het volledige interview hier.

Informatie en participatie voor elke Gentenaar

De Gentse gemeenteraad bekrachtigde gisteren de Beleidsnota Communicatie, Onthaal, Beleidsparticipatie en Stadsmarketing. De nota handelt over beleid waarvan de vruchten niet bepaald tastbaar zijn, maar toch is het belangrijk er voldoende lang bij stil te staan.

Schermafbeelding 2015-09-29 om 21.19.59

Het debat werd gedomineerd door gehakketak over één element uit de nota: de stad wil waar nodig ook voor communicatie zorgen in andere talen dan het Nederlands, zodat mensen die het Nederlands nog niet machtig zijn noodzakelijke informatie krijgen. Denk aan info over inschrijvingen op school, huisvuilophaling, lessen Nederlands… Koren op de molen van Vlaamse Belang en N-VA die zich hiertegen hevig verzetten en lieten uitschijnen dat het Gentse bestuur het niet belangrijk vindt dat nieuwkomers Nederlands leren. Lees verder

Antidiscriminatieplan is goedgekeurd

Bon, het is goedgekeurd. Gent heeft een plan om racisme en discriminatie te bestrijden. Niet alleen door te informeren en te sensibiliseren. Ook door te registreren en te sanctioneren. Dat dat sluitstuk niet naar de zin is van N-VA en Vlaams Belang, mocht blijken uit een debat dat voorwaar over twee avonden gemeenteraad moest gespreid worden.

Antidiscriminatieplan

In tijden waarin racisme relatief wordt genoemd, en discriminatie een excuus heet te zijn, maakt de Stad Gent een duidelijk statement: wij vinden dit onaanvaardbaar en wij gaan de strijd met discriminatie en racisme aan. Mensen zitten hier écht wel op te wachten. Wie daaraan twijfelt moet maar eens op sociale media de hashtag #dailyracism opzoeken.

Het sterke aan dit plan is dat er maatregelen komen op elke schakel van de keten. Gent wil voor een kwaliteitsvol beleid tout court zorgen door te informeren en te adviseren. Daarnaast wil Gent voorkomen dat mensen, organisaties of bedrijven discrimineren. En neen, niet door te polariseren of te veralgemenen, maar net door de dialoog aan te gaan met de verschillende sectoren waarin discriminatie veelvuldig voorkomt. En ten derde, en hierin schuilt het unieke van de Gentse aanpak: dit plan zorgt voor het nodige sluitstuk, door discriminatie actief op te sporen, te registeren, en tot slot ook te sanctioneren.

Is een groot succes hiermee verzekerd? Wellicht niet. Ook met dit sterke plan zal het niet eenvoudig zijn om een mentaliteitswijziging op gang te brengen. Er is een erg lage meldingsbereidheid (via het sms-systeem om discriminatie in de horeca te melden, kwamen vorig jaar maar 3 meldingen binnen). En als er dan al discriminatie wordt gemeld, is de objectivering van zo’n melding vaak erg moeilijk. Daarnaast zijn we ook aangewezen op beleid van hogerhand: de Vlaamse regering moet praktijktests mogelijk maken, vb. in de sectoren van werk en wonen, net zoals ze trouwens al bestaan in andere situaties. Helaas hult de minister bevoegd voor gelijke kansen zich in stilzwijgen.

 En dan nog iets. Als het gaat over de cijfers die de Universiteit Gent aan het licht bracht over discriminatie op de huurmarkt heb ik de voorbije dagen verschillende keren gehoord dat er een ‘dunne lijn is tussen selectie en discriminatie’. Ik onderneem een poging om dat toch wat uit te klaren.

Stel: iemand stelt zijn woning hier in Gent te huur. Hij gaat op zoek naar een huurder die het pand als een goede huisvader zal beheren en die in staat is de huur correct te betalen. Hij heeft de vrijheid om een huurder te selecteren, maar mag daarbij natuurlijk geen wetten overtreden.

Wat zegt nu de Antidiscriminatiewet (2007): dat je mensen niet verschillend mag behandelen op basis van een door de wet beschermd criterium (zoals daar zijn handicap, vermogen, afkomst, seksuele geaardheid…), tenzij daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor is.

Wanneer bijvoorbeeld iemand met een maandelijks inkomen van 1000 euro een pand wenst te huren aan 900 euro, dan is het objectief en redelijk te stellen dat deze kandidaat niet in staat zal zijn om de huur correct te betalen. Dat is SELECTE, geen discriminatie. Maar wat is nu gebleken uit het onderzoek van de UGent? Dat in een éérdere fase, nl. in het allereerste contact met de vraag om een pand te bezichtigen, mensen anders worden behandeld op basis van criteria die NIET te verantwoorden vallen.

Want als Fientje huppeldepup mailt voor een afspraak, kan ze het pand bezoeken. Terwijl Fientje met een visuele handicap in 1 op 3 gevallen geen afspraak krijgt.

En als Jan modaal mailt voor een afspraak, kan ook hij het pand zonder problemen bezoeken. Maar als Mohammed modaal mailt, krijgt hij van 1 op de 3 een nul op het rekest.

Dít geen selectie. Er is geen objectieve of redelijke rechtvaardiging mogelijk voor deze ongelijke behandeling. Er is geen sprake van een dunne lijn: dit is discriminatie – dit is strafbaar.

Als Siegfried Bracke dan in de pers laat optekenen dat schepen Tapmaz doet alsof elk bedrijf discrimineert en alsof elke verhuurder een racist is, dan vind ik dat toch héél straf. Voor een partij die zo hamert op meetbare gegevens, op kwantitatieve informatie, gaat Bracke wel erg lichtzinnig om met deze harde cijfers.

Zijn alle allochtonen slachtoffers en zegt Gent dat alle verhuurders discrimineren? Neen, niet allemaal. Maar wel 1 op de 3. Na dit debat kunnen we nog maar eens noteren dat de N-VA, enthousiast geruggesteund door het Vlaams Belang, dat geen reden vindt tot actie. Gelukkig denkt het Gentse stadsbestuur daar radicaal anders over.

Ook kleuters moeten kansen grijpen

Vlaams minister van Onderwijs, Hilde Crevits, maakt een einde aan de extra steun voor kansarme leerlingen op school. Ik lees het nieuws in het licht van de uitlatingen die Bart De Wever donderdag deed in ‘Oog in oog’ op de Nederlandse televisie en kan niet anders dan besluiten: kinderen moeten hun plan trekken. Kansen grijpen doe je voortaan van in de kleuterklas.

Even verduidelijken voor wie het spervuur aan vragen heeft gemist waaraan de Nederlandse journalist Sven Kockelmann Bart De Wever onderwierp. Kockelmann peilt onder meer naar de mening van De Wever over toenemend racisme en discriminatie als voedingsbodem voor radicalisering bij jongeren. De Wever is duidelijk in zijn antwoord: radicalisering is een individuele keuze en heeft niks te maken met sociaal-economische omstandigheden. Racisme en discriminatie bestaan wel, maar bieden geen verklaring laat staan een verantwoording voor die keuze. Tot daar zijn duiding van de individuele verantwoordelijkheid van deze jongeren.

Foto: kro
Beeld: kro

Maar De Wever gaat verder. Volmondig schaart hij zich achter Liesbeth Homans’ uitspraak “racisme is relatief”. Racisme en discriminatie worden immers, aldus De Wever, al te vaak gebruikt als excuus. Volgens De Wever is het nergens beter wonen dan bij ons en krijg je bijvoorbeeld binnen het onderwijs nergens meer mogelijkheden. Letterlijk: “Onze samenleving biedt veel kansen aan, maar die kansen moeten gegrepen worden.” In tijden waarin we collectief gebrainwasht worden dat voor het besparingsbeleid van onze rechtse regeringen geen alternatief bestaat, getuigt dit alvast van een glasheldere ideologie. De individuele verantwoordelijkheid gaat boven alles. Loopt het mis, dan heb je dat aan jezelf te danken. Wij, de samenleving, zitten er voor niks tussen.

De Wever maakt hier wel erg handig gebruik van het extreem fenomeen van Belgische jongeren die zich in Syrië aan gruwelijke misdaden schuldig gaan maken, om zijn maatschappijvisie aan de man te brengen. Maar zo luid als zijn verontwaardiging klinkt over die 70 Antwerpse Syriëstrijders, zo stil blijft het over de meer dan 50.000 Antwerpenaren die in armoede leven. Geen woord over het kwart van de Antwerpse baby’s die vandaag in arme gezinnen worden geboren en zo al van in de wieg met ongelijke kansen aan de start staan.

Enter de laatste nieuwe maatregel van de Vlaamse regering: geen extra financiële steun meer voor scholen die veel kansarme kinderen onder hun leerlingen tellen. Een onbegrijpelijke maatregel wanneer je weet welk inhaalmanoeuvre er eigenlijk nodig is. Kinderen met een laagopgeleide moeder hebben nu al 5 keer meer kans dan kinderen van hooggeschoolde ouders om vertraging op te lopen in het eerste leerjaar. Ze hebben tot 10 keer meer kans om te worden doorverwezen naar het buitengewoon lager onderwijs. En ze verlaten het secundair onderwijs 10 maal zo vaak zonder diploma of getuigschrift.

Scholen worstelen vandaag al om kwetsbare kinderen gelijke kansen op een geslaagde onderwijscarrière te bieden. De beperkte extra middelen die ze voor deze doelgroep krijgen zijn nu al ontoereikend om het aanbod te diversifiëren, om extra zorg en begeleiding te geven aan kinderen die het nodig hebben, om tijd en middelen te investeren in betere contacten met ouders.

Aan deze kinderen, aan hun ouders en leerkrachten zeggen de Vlaamse regering en Bart De Wever in koor: eigen schuld, dikke bult. Ze sluiten de ogen voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor al dat verspild talent. In plaats van de structurele oorzaken van ongelijkheid te lijf te gaan, nemen ze maatregelen waarvan we nu al weten dat ze de situatie nog schrijnender zullen maken. De verschillende onderwijskoepels lieten al weten niet akkoord te gaan met de aangekondigde maatregel. Hopelijk heeft de regering oren naar hun argumenten en komt ze op haar beslissing terug.

En als ik de Vlaamse regering en bij uitbreiding ook de federale regering en haar schaduwpremier Bart De Wever in tussentijd dan toch al iets mag vragen, dan is het dit: komt u ons alstublieft niet vertellen dat er geen alternatief bestaat. Heeft u alstublieft de moed om uit te komen voor uw ideologische keuzes. Want resoluut kiezen voor besparen op kinderen die nu al veel te vroeg van ons onderwijs moeten afhaken is precies dat: een ideologische keuze waarvoor weldegelijk een alternatief bestaat.

Lees deze opinie ook op Knack.be.

Diversiteit normaliseren en zichtbaar maken: noodzaak in de strijd tegen discriminatie

schermBelgië scoort bijzonder slecht wanneer het gaat over de gelijkwaardige positie van mensen met een andere origine in onze samenleving.

  • In een Europees onderzoek uit 2009 geeft 34 % van de ondervraagde Belgen van Turkse of Noord-Afrikaanse origine aan dat ze in de 5 voorafgaande jaren geconfronteerd zijn met discriminatie in hun zoektocht naar werk. Met dit percentage behoort België tot de slechtste leerlingen van de klas, want onder de 27 lidstaten doet alleen Italië het nog slechter.
  • 10 % van de ondervraagden geeft aan dat zij of hun kinderen gediscrimineerd werden op school. Een zelfde percentage heeft ook al te maken gehad met discriminatie bij een winkelbezoek.
  • Undercoverreportages toonden de voorbije jaren dat ook op de woningmarkt, in de uitzendsector en in de horeca het discrimineren op afkomst tot de dagelijkse praktijk behoort.

Er bestaan vandaag in onze samenleving heel wat vooroordelen, er is wantrouwen, angst, zelfs vijandigheid tegenover datgene waarmee we niet vertrouwd zijn. In de Stadsmonitor lezen we dat nog niet de helft van de inwoners van Gent positief staat tegenover diversiteit (47%). 53% staat dus minder positief of zelfs negatief ten aanzien van diversiteit. Aan de respondenten werden stellingen voorgelegd zoals ‘ik zou het niet zo prettig vinden als er een gezin uit een andere cultuur in het huis naast mij komt wonen’.

Onbekend is onbemind, zegt men. Hier lijkt datgene waarmee we niet vertrouwd zijn ook per definitie als minderwaardig te worden beschouwd. En in die veronderstelling, in die angst, worden mensen vandaag bevestigd: datgene wat ons zou kunnen confronteren met een ‘anders zijn’, stoppen we liever weg.

Ik geef u een voorbeeld mee dat mij ooit verteld werd door iemand die in een bank werkt: wanneer daar een Engels-, Frans- of Spaans- sprekende klant in het kantoor verrichtingen kwam uitvoeren, en de bediende in kwestie kende toevallig de taal van de klant, dan was de ongeschreven regel dat deze mensen zonder problemen in hun taal aan het loket konden bediend worden. De redenering luidde dan: het kan de klantvriendelijke uitstraling van het kantoor alleen maar ten goede komen.

Maar wanneer het ging over anderstalige klanten, die een, om het zo uit te drukken, wat exotischer taal spraken (een vorm van het Arabisch bijvoorbeeld, of Perzisch of Turks) en een loketbediende kende de taal in kwestie, dan werd door de leidinggevende verwacht dat het gesprek niet aan het loket, maar in een aparte ruimte plaatsvond. De redenering daar: klanten zouden hieraan aanstoot kunnen nemen.

Ook een verbod op uiterlijke tekenen van geloof is een bevestiging van de vooroordelen die bij velen bestaan.

Vinden we niet dat de overheid hier een voorbeeldfunctie heeft? Dat we een signaal moeten geven aan de burgers dat hun tewerkstellingskansen niet negatief worden beïnvloed door hun persoonlijke geloofsovertuiging? Dat diversiteit in religieuze overtuiging normaal is? Een signaal aan werkgevers in de privé-sector ook dat de vooroordelen van klanten geen vrijgeleide zijn om bepaalde werknemers te benadelen?

stemmenIk heb vanavond met volle overtuiging mijn stem uitgebracht opdat het terug mogelijk wordt dat vrouwen met gelijke capaciteiten, met of zonder hoofddoek, evenveel kans maken het loket van onze stadsdiensten te bedienen. Het normaliseren van deze vormen van diversiteit, het zichtbaar maken ervan, zijn immers broodnodig in de strijd voor de gelijkwaardigheid van elke burger in onze stad en samenleving.